|
| Airconditioning |
Met airconditioning wordt meestal een
apparaat bedoeld waarmee de temperatuur en luchtvochtigheid in een gebouw, auto
of trein op een aangenaam niveau gehouden kan worden, terwijl het buiten
onaangenaam warm (of koud) is.

Functioneren
Een airconditioner werkt op hetzelfde principe als een koelkast. Het is een
gesloten kringloop van een vloeistof die verdampt en het weer condenseren van
deze damp tot vloeistof. Het is een natuurkundig feit dat voor verdampen warmte
nodig is, zet maar eens een schoteltje water op de vensterbank boven de
verwarming.
Verder komt er bij condenseren van gassen/dampen warmte vrij, dit zie je in
HR-cv ketels terug, de hete gassen die de brander maakt geven zoveel van die
warmte af aan het cv-water dat deze gassen condenseren. Het gevolg is dus dat er
extra warmte vrijkomt. Fabrikanten zetten dit op hun toestel alsof ze een
rendement hebben van 107 %. Als je nu dit hele proces in een machine stopt heb
je airco.

Er gaat altijd een dikke en een dunne buis naar de unit. In de dikke zit gas wat
naar de buitenunit wordt geleid. Dit gas is heet door de warmte die het heeft
opgenomen. Buiten geeft dit gas zijn warmte af en condenseert. Deze condens
wordt door een compressor samen geperst in de dunne leiding en wordt vloeibaar.
Deze compressor is de stuwende motor en verplaatst het gas en de vloeistof. Het
gas wordt aangezogen en de vloeistof weggepompt. De vloeistof wordt naar de
binnenunit gepompt, daar zit een orgaan (soort klep) dat de vloeistof, door de
druk, laat ontsnappen in de dikke leiding. De vloeistof wordt damp en neemt dus
warmte op uit de ruimte. En deze damp wordt weer naar buiten geleid en de cirkel
is rond. Dit is het principe van de warmtepomp.
Een airco die uitgerust is met een warmtepomp kan naast koelen ook verwarmen
door het hierboven beschreven proces om te keren. Veel airco's zijn tevens
uitgerust met aparte functies: koelen (en automatisch ontvochtigen), verwarmen
(als het uitgerust is met een warmtepomp), enkel ontvochtigen en enkel
ventileren.

In vele warmere streken van de aardbol is de airco niet meer weg te denken uit
het dagelijks leven. Zonder deze systemen zou er in de zuidelijke staten van de
Verenigde Staten 's zomers niet veel activiteit mogelijk zijn.
Airco's hebben ook nadelen. Zij verbruiken vrij veel energie, en hoewel die
energie nodig is op het moment dat de zon het meeste energie levert worden zij
zelden met zonne-energie gevoed. Verder vereist het airco systeem dat gebouwen
potdicht gehouden worden, want anders heeft een airco weinig effect.
Ook kan een airco (vooral wanneer het slecht onderhouden is door bijv. de
luchtfilter nooit of zelden te reinigen) aanleiding geven tot allerlei ziekten
en allergieën (het zogenaamde sick-building-syndrome). Maar bij een goed
onderhouden installatie is de kans kleiner.
Ook is het beter om het verschil van binnen- en buitentemperatuur niet te groot
te maken, want juist die overschakeling van warm (buiten) naar koud (binnen) en
omgekeerd zijn verantwoordelijk voor diverse verkoudheden. Daarom is het
raadzaam om de binnentemperatuur 7°C (en niet groter!) lager te houden dan de
buitentemperatuur. Als de buitentemperatuur bijv. rond de 35 °C bedraagt, dan
mag de binnentemperatuur rond de 27 °C à 28 °C bedragen. Binnen zal het toch nog
altijd frisser aanvoelen, wanneer men van buiten naar binnen gaat.

Trein
Treinen met airconditioning zijn gemiddeld (gemeten over het hele jaar)
energiezuiniger dan treinen zonder airco. Doordat de ramen niet meer open
kunnen, is het treinoppervlak gladder. De luchtweerstand is daardoor kleiner en
is er minder energie nodig voor de aandrijving. Door ramen te gebruiken die niet
geopend kunnen worden, is de trein bovendien ook beter geïsoleerd, zodat er
minder energie nodig is om de trein te verwarmen in de winter. De bekende VIRM
treinstellen (Nieuwe generatie dubbeldekstreinen) en de gemoderniseerde ICR
rijtuigen (getrokken rijtuigen) van de NS zijn voorzien van airconditioning. Bij
de NMBS hebben de I11- en M6-rijtuigen (Nieuwe generatie dubbeldeksrijtuigen)
airco. Ook zijn de AM96, de AR41 en sommige I10 en I6 rijtuigen uitgerust met
airco.
|
|
|